Onze doelgroep bestaat uit jongeren tussen de 18 en 35 jaar, met een uitzondering mogelijk. Allen hebben zij een licht verstandelijke beperking, al of niet in combinatie met de daarbij behorende problematiek.


Deze problemen komen tot uiting in gedragsproblemen en leiden tot een langdurige en chronische behoefte aan gerichte ondersteuning. Wij willen ons met name richten op jongeren en jong volwassenen. Dit zijn jonge mensen die aan het begin van hun volwassenheid staan, met alle problemen en turbulentie van dien, die “gewone” jong volwassenen nu eenmaal hebben. Denk aan: het volgen van opleidingen, zoeken en vinden van werk, aangaan of verbreken van relaties, je settelen etc. Naast een ondersteuningsaanbod dat aansluit op hun specifieke problematiek willen we dus ook rekening houden met deze “normale” leeftijdgebonden turbulentie.

Bij deze doelgroep is er immer sprake van meervoudige problematiek. Dat wil zeggen dat er naast de verstandelijke beperking ook sprake is van psychische of psychiatrische problematiek. Hierbij gaat het meestal om ADHD, persoonlijkheidsstoornissen of voorlopers daarvan, borderline problematiek en stoornissen in het autistisch spectrum. Deze meervoudige problematiek kan gedragsproblemen tot gevolg hebben, zoals grensoverschrijdend gedrag in welke vorm ook. Het is niet altijd duidelijk of gedragsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking het gevolg zijn van een psychische stoornis of van de beperking zelf. Het gaat veelal om het snijvlak van de verstandelijk beperkten zorg en de psychiatrie.

Daarnaast is er bij deze doelgroep vaak sprake van een belast verleden. Dat betekent concreet: een geschiedenis met veel tegenslagen en krenkingen (verwaarlozing, misbruik, mishandeling, groot aantal verhuizingen/crisisplaatsingen) conflicten en mislukkingen. Met als gevolg hechtingsproblemen, angst en stresssymptomen. Velen hebben ook een belast hulpverleningsverleden. Doordat de beperking niet aan de buitenkant te zien is, worden ze vaak aangesproken op een voor hen te hoog intellectueel en te hoog emotioneel van functioneren, met als gevolg dat ze voortdurend op hun tenen moeten lopen, en mislukking op mislukking stapelen. Mensen uit deze doelgroep hebben hierdoor een negatief verwachtingspatroon ontwikkeld, hebben weinig vertrouwen in hulpverleners en leggen de oorzaak van hun problemen grotendeels buiten zichzelf. Zij hebben als overlevingsstrategie meestal een goede “radar” ontwikkeld voor gevoeligheden, onoprechtheid en zwakke plekken van de ander.

Mensen met LVB ervaren de meeste problemen in de sociale omgeving. Velen ontwikkelen door de hierboven beschreven kenmerken een geschiedenis van sociale mislukkingen en een negatief zelfbeeld, dat hen vervolgens nog kwetsbaarder maakt dan ze al zijn. De tekorten in cognitieve vaardigheden in combinatie met omgevingsfactorenstellen mensen met LVB dus vaak voor stressvolle situaties. Onderzoek (Didden, 2005) duidt aan dat de belangrijkste oorzaak voor de hoge prevalentie van gedragsproblemen en psychopathologie ligt in de grote hoeveelheid stress die mensen met een verstandelijke beperking ervaren in hun leven.

Niet alleen blijkt dat mensen met een licht verstandelijke beperking veel stress ervaren, ook hun wijze van omgaan (coping) met stress blijkt vaak niet effectief. Mensen met LVB gebruiken vaak emotie georiënteerde strategieën in plaats van probleemgerichte strategieën. Hoewel veel jongeren ook vaak nog wel adequate probleemgerichte strategieën kunnen bedenken, blijkt de toepassing hiervan in de probleemsituatie moeilijk. Gedragsproblemen en psychopathologie kunnen worden gezien als manieren om met de ervaren hulpeloosheid en stressgevoelens om te gaan.

Op het eerste gezicht maken mensen met een licht verstandelijke beperking een redelijk vaardige indruk (ze zijn streetwise). Ze beschikken over een behoorlijke spreekvaardigheid, waardoor ze snel de indruk wekken als zouden ze normaal begaafd zijn. Maar qua cognitieve vermogens, taalbegrip, emotionele ontwikkeling en frustratietolerantie functioneren ze echter op veel lager niveau. Dit komt onder meer naar voren in:

  • Het gebrekkige korte termijn werkgeheugen
  • Het steeds opnieuw dezelfde fouten maken
  • Anderen niet begrijpen
  • Het zichzelf overschatten
  • Telkens de verkeerde keuzes maken
  • Beperkt sociaal netwerk hebben
  • Sociaal zeer kwetsbaar zijn.